Woordsoorten

Het onderscheid tussen die woordsoorten is van belang bij het analyseren van zinnen, omdat woordsoorten vaak aan bepaalde zinsdelen gekoppeld zijn. Hieronder staan de verschillende woordsoorten die de kinderen aan het eind van groep 8 moeten kennen en kunnen:

  • Werkwoord
  • Lidwoord
  • Voorzetsel
  • Telwoord
  • Rangtelwoord
  • Bijwoord
  • Voegwoord
  • Zelfstandig naamwoord
  • Bijvoeglijk naamwoord
  • Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
  • Persoonlijk voornaamwoord
  • Aanwijzend voornaamwoord
  • Bezittelijk voornaamwoord

Ik heb een buitenles gemaakt waarbij de kinderen de verschillende woordsoorten leren benoemen. Je moet eerst ervoor zorgen dat je de woordsoorten kaartjes hebt uitgeprint en eventueel gelamineerd. Vervolgens zou je mijn voorbeeldzinnen kunnen gebruiken. Dit zijn zinnen op eind groep 7 niveau. Je kunt de les aanpassen naar het niveau van jou klas. Gebruik de woordsoorten die jij al in de klas hebt behandeld.

De les start je met het maken van groepjes. Ik zou zelf voor tweetallen of drietallen kiezen. Vervolgens leg je de woordsoorten kaartjes verspreid neer op het plein, met bij ieder kaartje een stoepkrijtje. Elk groepje krijgt van jou een briefje met 4 zinnen erop. De kinderen moeten per zin, de woordsoorten gaan benoemen. De kinderen gaan dus per zin, per woordje het briefje af. De woorden worden bij de juiste woordsoort op het plein geschreven.